Ongeboren

Dierbaren verloren op kerstavond hun kindje. Het verlies legde een donkere deken over de kerstdagen.

Duisternis
Soms is het leven zo ontzettend cru en tegenstrijdig. De ene week vier je met elkaar de komst van een nieuw leven, de andere week overheerst duisternis. Zo vier je in de kerk de geboorte van kindje Jezus, zo gaat ergens anders een kind dood. Het valt niet te begrijpen.

Licht
Lang geleden liet ik zelf een kindje los. Ik troost me met de gedachte dat diep van binnen het licht altijd zal schijnen.

Ongeboren

Ongeboren, geboren
In mijn hart geborgen
Daar zal ik mijn kindje
Voor altijd verzorgen

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Veertig donkere ogen

Het leven op aarde is oneerlijk verdeeld. Hoe kan het zo zijn dat ik op een vrije zondagmiddag niet kan kiezen of ik een film ga kijken, zal lezen of mediteren, terwijl ergens anders in de wereld op hetzelfde moment een kind wordt vermoord. Ik begrijp er soms echt geen snars van.

Bruidsschat
Vorige week zondag zag ik de docuserie ‘Van Bihar tot Bangalore’ met Jelle Brandt Corstius. Die aflevering ging over het te kort van 7 miljoen vrouwen in India. Meisjes die uitgehuwelijkt worden kosten een bruidsschat, welke de familie zich niet altijd kan veroorloven. Sommige meisjes worden daarom na de geboorte vermoord of ze worden voor dood achtergelaten. Als een meisje “geluk” heeft komt ze in een weeshuis terecht. Jelle bezocht zo’n weeshuis. Het emotioneerde me.

van_bihar_tot_bangalore_credit_hans_pool_(8)96359_cropped

Vooroordeel
Tegelijkertijd stelde ik een eigen vooroordeel van mij ter discussie. Hebben wij het wel zo goed in Nederland? En wat is geluk als je niet beter weet?

Armoede
Soms denk ik dat wij arrogant zijn om te denken dat we het zo goed hebben hier. In India leven miljoenen mensen in armoede. Maar zijn deze mensen ook ongelukkig? Wie ben ik om te zeggen dat mijn onrustige zondagmiddag zoveel gelukkiger is dan hun levenspad?

Gefrustreerd
Ik deed vrijwilligerswerk in een township bij Kaapstad. De vrolijkheid die ik in de ogen van de kinderen en de mensen daar zag, zie ik hier zelden op straat. Een hoop mensen lopen gefrustreerd rond in Rotterdam. En kijk eens naar alle hart- en vaatziekten, burn outs en kanker in Nederland. Is het eigenlijk wel zo goed hier?

Glimlach
Het is een filosofische kwestie om je af te vragen waar een glimlach meer waard is, in de krottenwijken van India of in een appartementje in Rotterdam? Het antwoord kan ik ook niet geven. Wat ik wel weet is dat ik moord, verwaarlozing, verkrachting of extreme honger niemand toewens. Waar ook ter wereld. Wat dat betreft blijft de aarde oneerlijk verdeeld.

Veertig donkere ogen

Veertig donkere ogen
achter een dekmantel van stille oceanen
door God bedrogen
“verkocht” zonder de prijs te verhogen
ter dood veroordeeld
in het belang van kastenoorlogen
geen enkel mededogen

Waarom zijn zij te licht gewogen
en leven wij in een narcistische klaagcultuur,
onbewust van onze eigen brevet van onvermogen?

Veertig donkere ogen in een ledikant
slachtoffer tegen wil en dank
zonder bloedverwant
verstoten in eigen land
verketterd vanwege hun geslacht
een schande voor de familieband
achtergelaten in transparant drijfzand

Waarom zijn zij in die situatie beland,
en lezen wij over hen in de krant,
met de verwarming aan
en een kop thee in de hand?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De danser

Als ik dans in mijn woonkamer, dan is dat een teken dat ik goed in mijn vel zit. Tegenwoordig doe ik dat meerdere keren per week. Ik voel de danser in mij steeds meer tot leven komen.

In veel culturen is dansen verweven in het dagelijks leven. Ik zag een documentaire over Cuba, waarin getoond werd hoe Cubanen door het leven dansen. In Nederland wordt er ook gedanst. Al zit het hier al veel minder in de genen. Bij concerten staat de grootste groep mensen toch vaak te staren in plaats van te swingen. Al dan niet bewust. Er is soms gêne. Diep van binnen geloof ik toch dat iedereen een danser in zich heeft.

Mijn eerste danservaringen gaan ver terug in de tijd. Op de basisschool zat ik op stijldansles. Het echte ritme was nog verre van ontwikkelt, maar ik genoot van de gezelligheid onderling.
Één keer in de paar maanden hadden we disco. Dan stond ik met mijn vriendjes angstvallig aan de zijkant van de dansvloer de meisjes te observeren. Pas aan het eind van de avond durfden we als groep ongemakkelijk in beweging te komen. Tot de laatste schuifelplaat. Dan stond je er alleen voor. Ik kan me nog goed herinneren dat ik op een avond met trillende benen op “Anything for You” van Gloria Estefan heb staan schuifelen met een meisje. Mijn zweethandjes op haar heupen. Haar handen op mijn schouders. Een halve meter uit elkaar. Minstens. En wiebelen maar.

Thuis was dansen nooit bovennormaal aanwezig. Mijn moeder hield best van dansen, heb ik van horen zeggen. Mijn vader had zo zijn eigen moves. Schouders opgetrokken, hoofd waggelend in de nek, losjes in de heupen. Het was een typisch dansje. Maar ik kan niet zeggen dat het met de paplepel is ingegoten.

In de loop der jaren bleef de danser in mij dan ook goed verstopt. Pas toen ik in mijn pubertijd ging stappen, kwam hij na wat alcoholische versnaperingen weer om de hoek kijken. Van happy hardcore tot Bobby Brown. Ik was wel te porren voor wat danspassen. Op die manier danste ik door in mijn studententijd en ver daarna.

Tot vorig jaar.  Ik was op mindfulness retraite in Drenthe en daar was elke dag ruimte voor een half uurtje disco. En in plaats van langs de kant te staan of een biertje te drinken, voelde ik me daar vrij om te springen en te doen, zonder na te denken wat anderen daarvan vonden. Het voelde als een bevrijding. De pure danser in mij ontwaakte.

Sindsdien dans ik vaker dan ooit. Thuis, bij vrienden of in de club. Soms met een biertje, soms puur. En af en toe verstijf ik weer zoals vroeger, maar vaak kan ik het ook loslaten. Hoe dan ook, het dansen is meer dan ooit verweven. Zo kom ik steeds meer tot leven.

De danser

Ik voel de danser in mij
Het schokt en het rockt
Op pop-, punk-, soul- en technoklanken
Omdat het klopt

Ik koester de danser in mij
Hij maakt me blij
Het is een stukje van mijn ouders
Ik voel me vrij

Ik voed de danser in mij
Met muziek en chocolade
Tussen wal en schip
Huilend op de kade

Ik zie de danser in mij
Hoe ik paradeer
Boos en gelukkig
Hoe ik val, opsta, geniet en leer

Ik bewonder de danser in mij
Hij vraagt me ten dans
Ik knipoog naar het raam
Verrek, ik heb sjans

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Hartsgesprek

Vroeger koos ik elk jaar samen met een goede vriend een woord van het jaar. Dat woord stond symbool voor hoe we het jaar zouden beleven. Zo hadden we een keer het jaar van het reizen. Of ook een keer het jaar van de liefde.

Dit jaar had ik vooraf geen woord van het jaar. Maar zo tegen het eind van 2012 kom ik tot een inzicht:

Ik leef de laatste tijd heel erg vanuit mijn hart. Ik luister naar mijn hart, adem met mijn hart, maak keuzes met mijn hart, ontmoet met mijn hart, voel met mijn hart, dans met mijn hart, huil met mijn hart, speel met mijn hart. Ik zorg goed voor mijn hart.

Mijn hart stond centraal dit jaar.

Ik startte begin 2012 als webredacteur bij de politie. Ik vulde die functie vanuit mijn hart. Ik schreef buiten mijn werk om veel vanuit mijn hart en kreeg in het verlengde daarvan een mooie eigen website vanuit een goed hart.
Ik ontmoette nieuwe vrienden vanuit mijn hart en ik koesterde hartsvrienden. Samen dansten we vanuit ons hart. In mijn woonkamer danste ik daarnaast regelmatig alleen met mijn hart.
In de liefde koos ik vanuit de pijn in mijn hart. Dat heelde mijn hart.

Ik reisde, knuffelde, surfte, voetbalde, mediteerde en praatte met mijn hart.
Ik ontmoette een bijzondere vrouw die mij hielp met het openen van mijn hart.
Vrienden, vijanden, dieren, de natuur en onbekenden sloot ik in mijn hart.
Ik deelde mijn hart.

Zo vulde mijn hart zich in overvloed met liefde in 2012.

Mijn woord van het jaar is dan ook onbetwist: (mijn) hart.

Hartsgesprek

“Hart?”
“Ja, Dave.”
“Hoe gaat het met je?”
“Buitengewoon.”
“Hoe komt dat Hart?”

“Nou Dave.
Je ademt dieper.
Je overlegt keuzes.
Je pijn stroomt. 
Je vrienden inspireren.
Je ambitie proeft zoet.
Je geeft me aandacht.
Je verzorgt me goed.
Kortom.
Je bent een dierbare vacht.”

“Mooi zo Hart. Jij voelt ook goed.”
“Fijn Dave. Ik hou ook van jou.”

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Huidhonger

Onlangs dronk ik thee met een vrouw. Ze vertelde me dat ze huidhonger had. Ik kende het woord niet. Toen ik er later over nadacht, kwam haar woord steeds meer tot leven.

Huidhonger

Noem het een innerlijke roep om intimiteit
Het verlangen naar lijfelijkheid
De binnenkant van een donzen kussen dat haar ziel omsingeld
Warmte

Noem het een smacht naar een streling
Het echte contact
De stroming van een rivier in haar bedding van beroering
Aandacht

Noem het een leeg boek dat snakt naar dichterlijkheid
Het ontpoppen van een oergevoel
De kachel die een sjaal vormt om haar koude eenzaamheid
Angst

Noem het een zucht naar een aanraking
Het begeren van lichaamsenergie
De wandeling van spelende vingers over haar glooiingen
Geilheid

Haar huid heeft honger
Noem het huidhonger

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Chronische bouwvakker

“Mijn leven is een taart”, zei ik laatst tegen een vriend. We hadden het over relaties. “Een relatie mag de kersen zijn op de taart”, vervolgde ik. “Het moet niet zo zijn dat een vrouw het basisingrediënt is voor mijn taart.”

Ik houd van metaforen. Want naast een taart voelt mijn leven soms ook als een huis. Een groot huis met veel kamers. Ik zie het voor me als een strandhuis. Want de zee maakt me blij. Bijna alle kamers in het huis zijn vrolijk ingericht. Retro behang, veel kleuren, beetje rommelig, edoch trendy. Warm en gezellig.

Er is één kamer in het huis die minder leuk is. Soms word ik onverwacht wakker in die kamer of loop ik er per ongeluk naar binnen. Er ligt veel rotzooi en er zit een zwart gat in de grond.

Als ik in die kamer ben, lijkt het af en toe alsof het de enige kamer is in het huis. Alsof de rest van het huis verwoest is. Dat geeft een naar gevoel. Vorige week zondag had ik dat ook. Gelukkig kwam een lieve vriend langs die me opbeurde. Hij wees me er op dat het helemaal niet erg is dat die kamer er is en dat, als ik me slecht voel, het al helemaal niet betekent dat de rest van de kamers verdwenen zijn.

Ik probeer dus te accepteren dat die kamer er is, want het opruimen gaat traag en is misschien wel nooit af. Door inzicht of zoals zondag met behulp van een vriend, kan ik de keuze maken om te blijven zitten in die vervelende kamer en wellicht een beetje op te ruimen. Maar ik kan er ook voor kiezen om ergens anders in het huis te chillen. Of om te klussen waar nodig. Ik maak een wandeling langs het strand. Drink daarna een kopje thee aan de keukentafel en eet een stukje taart. Met kersen is lekker, maar niet noodzakelijk.

Zo leer ik mijn thuis steeds beter kennen.

Chronische bouwvakker

Vandaag werd ik wakker
in mijn eigen logeerbed
Er bevindt zich een zwart gat
naast dat bed
Een schemerlampje verraadt een deel
van de diepte
Naast het gat ligt een boek
Het is een ondogmatische Bijbel
over onzekerheid en angst
De schrijver mijmert over
de zin van het bestaan
en fantaseert over de dag
dat liefde mijn ware natuur kust
Het is de aard
van de kelder van mijn geweten
Slechts een onderbelicht onderdeel
van mijn zijn
De rest van het huis is
ingericht met liefde
Veel ramen die uitkijken op de zee
Kleurrijk en gezellig rommelig
Boeken in elke hoek
Over genot en ambitie
stilte en passie

Vandaag stond de logeerkamer
in de zon
alsof een storm de
rest van het huis had verwoest

Gelukkig ben ik een chronische bouwvakker

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Feyenoord

Vanmiddag speelt Feyenoord tegen PSV. Ik ben een televisiesupporter. Ik schaam me daar niet voor. Een of twee keer per seizoen, soms minder, ga ik naar de Kuip. Vaak vind ik het te koud. Thuis bij de verwarming kijk ik gezellig met de familie of druk ik net zo lief 20 keer op 818 om te kijken hoe we er voor staan.

Een televisie of teletekst supporter dus. Maar wel één die slecht tegen zijn verlies kan. Ik kijk namelijk geen Studio Sport als Feyenoord verloren heeft. Een “kwaaltje” dat ik van mijn vader heb geërfd. Dat gebeurt helaas vaak. Het lot van een Feyenoord supporter. Maar ondanks dat, stroomt het rood witte Feyenoord bloed al jaren door mijn aderen. Het is er met de paplepel ingegoten. Terwijl mijn vader vaker cynisch was dan euforisch. Maar ik prikte wel door dat masker heen en nam de liefde voor de club over.

Ik kan daarom niet begrijpen dat een zoon voor een andere club is dan zijn vader. Dan heb je toch wat verkeerd gedaan als vader zijnde, in mijn ogen. Of misschien juist heel goed, zullen sommigen zeggen. Een kind met een sterke mening.

Maar goed. Vanmiddag kijk ik met mijn neefje naar Feyenoord. Ook hij heeft een Feyenoord hart. Bij ons in de familie gaat het wél van generatie over op generatie. Of je er blij mee moet zijn, is een andere discussie. Maar wij zitten in ieder geval weer vol goede moed voor de buis vanmiddag. Mede dankzij mijn vader.

Feyenoord

Ik zie mijn vader nog kankeren
Op Sjaak Troost, Ruud Heus, Regi Blinker en Dean Gorré
Om maar niet over de Witte Socrates te spreken
Die kwam van Ajax
Wat moesten we daar mee

Ik zie hem nog trots vertellen
Over Coen Moulijn
Hoe het Feyenoord stadion zou vollopen
Als hij op de middenstip een balletje zou opwippen
Als hij er gewoon zou zijn

Ik zie hem nog zitten met klotsende oksels
Als we vochten tegen de godenzonen
Zij die in Europa alles wonnen
Toen daar op eens Obiku kwam
Met het bloed op zijn konen

Ik zie hem nog ontkennen dat het hem wat deed
Die schaar van Tahamata
Of als De Kuip kolkte
Na weer een onnavolgbare actie
Van de tovenaar van Tatabanya

Ik zie hem nog genieten van ons Feyenoord
Zonder dat hij soms wist dat ik het zag
Want onder dat masker lag de basis
Voor het rood witte bloed
Dat door mijn aderen stroomt vandaag de dag

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen